Zes graafschappen bleven bij het Verenigd Koninkrijk
Aan het begin van de twintigste eeuw groeide de roep om Iers zelfbestuur en later onafhankelijkheid. Vooral protestantse unionisten in het noordoosten wilden binnen het Verenigd Koninkrijk blijven. De Britse Government of Ireland Act uit 1920 voorzag daarom in twee afzonderlijke parlementen. Noord-Ierland bestond uit zes van de negen graafschappen van de historische provincie Ulster en trad in 1921 als aparte bestuurlijke eenheid in werking.
Na de Anglo-Ierse overeenkomst van december 1921 ontstond in 1922 de Ierse Vrijstaat. Noord-Ierland maakte gebruik van het recht om buiten die nieuwe staat te blijven. Een grenscommissie moest de lijn nog aanpassen aan lokale voorkeuren en economische omstandigheden, maar de voorgestelde veranderingen werden niet uitgevoerd. De bestaande graafschapsgrenzen bleven in 1925 vrijwel ongewijzigd.
Een kronkelende grens van bijna vijfhonderd kilometer
De grens loopt ongeveer 499 kilometer van Lough Foyle in het noordwesten tot Carlingford Lough aan de Ierse Zee. Zij volgt stukken rivier en bergland, maar snijdt ook door landbouwgebieden, dorpen en lokale wegennetten. Plaatsen die economisch op elkaar waren gericht kwamen plots in verschillende rechtsgebieden te liggen.
Er zijn ruim tweehonderd openbare wegverbindingen tussen beide delen. Daardoor is de grens veel moeilijker volledig te controleren dan een lijn met enkele grote grensposten. Bewoners gaan over en weer voor werk, school, familiebezoek en boodschappen. Ook waterbeheer, elektriciteit, gezondheidszorg en openbaar vervoer vragen om samenwerking tussen Dublin, Belfast en Londen.
De grens tijdens de Troubles
Vanaf het einde van de jaren zestig raakte Noord-Ierland verwikkeld in de Troubles, een conflict rond de staatkundige positie van het gebied, burgerrechten en de verhouding tussen nationalistische en unionistische gemeenschappen. Britse veiligheidstroepen bewaakten belangrijke grenswegen. Kleinere wegen werden afgesloten of onbruikbaar gemaakt en militaire controleposten bepaalden het dagelijks leven in delen van het grensgebied.
Ook buiten de officiële posten bleef de grens door haar lengte poreus. Gewapende groepen gebruikten haar om aan politie en leger te ontsnappen, terwijl smokkelaars profiteerden van prijs- en belastingverschillen. Voor grensgemeenschappen betekende dit controles, omwegen en het risico op geweld. De grens was daardoor niet alleen een staatkundige lijn, maar een zichtbaar onderdeel van het conflict.
Het Goedevrijdagakkoord veranderde de praktijk
Het Goedevrijdagakkoord van 10 april 1998 legde de basis voor machtsdeling in Noord-Ierland, samenwerking tussen noord en zuid en het principe dat de staatkundige positie alleen met instemming van een meerderheid in Noord-Ierland kan veranderen. Zowel in Ierland als in Noord-Ierland keurden kiezers de afspraken in referenda goed.
De militaire infrastructuur langs de grens werd vervolgens afgebouwd en afgesloten wegen gingen weer open. Dat proces werd vergemakkelijkt doordat Ierland en het Verenigd Koninkrijk toen beide lid waren van de Europese Unie. Douanecontroles voor goederen waren door de Europese interne markt al verdwenen. De Common Travel Area bleef daarnaast aan Britse en Ierse burgers wederzijdse verblijfs- en reisrechten geven.
Een open grens na Brexit
Brexit maakte de situatie opnieuw ingewikkeld: Ierland bleef EU-lid, terwijl Noord-Ierland het Verenigd Koninkrijk verliet. Het Noord-Ierlandprotocol en later het Windsor Framework moesten voorkomen dat douaneposten op het eiland terugkeerden. Voor een beperkt pakket goederenregels blijft Noord-Ierland daarom aansluiten bij de EU, met veel controles op goederen die vanuit Groot-Brittannië aankomen.
Voor reizigers is de grens vaak alleen herkenbaar aan veranderingen in verkeersborden. In Ierland worden afstanden en snelheden in kilometers aangegeven en betaalt men met de euro; in Noord-Ierland gebruikt men mijlen en Britse ponden. Beide landen liggen buiten Schengen. Wie niet onder de Common Travel Area valt, moet daarom ook zonder vaste grenscontrole aan de geldende paspoort- en visumregels voldoen.



