Vergaand zelfbestuur binnen het Deense koninkrijk
Groenland is geografisch onderdeel van Noord-Amerika, maar vormt samen met Denemarken en de Faeröer het Koninkrijk Denemarken. Het eiland werd eeuwenlang vanuit Kopenhagen bestuurd. In 1979 kreeg Groenland home rule en in 2009 trad een uitgebreidere zelfbestuursregeling in werking. Sindsdien beslissen het gekozen parlement, Inatsisartut, en de Groenlandse regering, Naalakkersuisut, over een groot deel van de binnenlandse zaken.
Groenland kan beleid voeren op terreinen zoals onderwijs, gezondheidszorg, visserij, milieu, belastingen en natuurlijke hulpbronnen. Groenlands is de officiële taal. Denemarken blijft verantwoordelijk voor onder meer de grondwet, nationaliteit, het grootste deel van het buitenlands beleid, defensie en monetair beleid. In internationale dossiers die Groenland rechtstreeks raken, moet het zelfbestuur wel worden betrokken. De verhouding is daardoor veel verder ontwikkeld dan die van een gewone overzeese provincie, maar nog niet gelijk aan die van een soevereine staat.
De wet erkent het recht om onafhankelijk te worden
De Zelfbestuurswet van 2009 erkent de Groenlanders als een volk met recht op zelfbeschikking. Wanneer de bevolking voor onafhankelijkheid kiest, moeten de Groenlandse en Deense regeringen onderhandelen over de uitvoering. Een akkoord moet vervolgens door het Groenlandse parlement worden goedgekeurd en aan de bevolking worden voorgelegd. Ook het Deense parlement speelt een formele rol bij het beëindigen van de constitutionele band.
Juridisch is onafhankelijkheid dus niet verboden. Toch is een besluit veel ingewikkelder dan het uitroepen van een nieuwe staat. Er moeten afspraken komen over staatsburgerschap, eigendommen, schulden, verdragen, pensioenen, defensie, kustbewaking en de positie van mensen die tussen Groenland en Denemarken wonen. Bovendien moet een nieuwe staat zelf diplomatieke diensten en internationale vertegenwoordiging organiseren.
Visserij en de Deense bloksubsidie
De grootste praktische vraag is de economie. Vis en schaal- en schelpdieren vormen het belangrijkste deel van de Groenlandse export. Dat maakt de inkomsten gevoelig voor vangsten, quota en wereldmarktprijzen. Tegelijk ontvangt het zelfbestuur jaarlijks een grote bloksubsidie van Denemarken. Die bijdrage financiert een aanzienlijk deel van de publieke uitgaven.
Publieke diensten zijn in Groenland relatief kostbaar. De bevolking is klein en verspreid over tientallen nederzettingen langs een enorme kust. Tussen de meeste plaatsen bestaan geen wegen. Patiënten, leerlingen, goederen en ambtenaren reizen per schip, vliegtuig of helikopter. Een ziekenhuis, school of energievoorziening bedienen voor een kleine afgelegen gemeenschap kost daardoor meer dan in een dichtbevolkt land.
Kunnen grondstoffen de afhankelijkheid verminderen?
Mijnbouw, toerisme, energie en nieuwe Arctische activiteiten worden vaak genoemd als mogelijke inkomstenbronnen. Groenland beschikt over uiteenlopende mineralen en heeft een landschap dat steeds meer bezoekers trekt. Zulke sectoren kunnen werkgelegenheid opleveren, maar vormen geen eenvoudige vervanging voor de Deense bijdrage. Mijnbouwprojecten vereisen grote investeringen, infrastructuur en buitenlandse deskundigheid. Grondstofprijzen kunnen dalen en milieuschade kan lokale visserij of natuur bedreigen.
Ook toerisme kent grenzen. Meer vluchten en accommodaties vergroten de capaciteit, maar het korte seizoen, de grote afstanden en kwetsbare ecosystemen maken snelle massagroei onwaarschijnlijk en niet overal wenselijk. Economische zelfstandigheid betekent daarom eerder een geleidelijke verbreding van inkomsten dan één spectaculaire vondst die alle financiële vragen oplost.
Een strategische plaats tussen Europa en Noord-Amerika
Groenland ligt op een belangrijke positie in het Noordpoolgebied. De Verenigde Staten gebruiken de Pituffik Space Base in het noordwesten voor onder meer raketwaarschuwing en ruimtebewaking. Door veranderend zee-ijs, nieuwe vaarroutes en internationale belangstelling voor grondstoffen neemt het geopolitieke gewicht van het eiland toe.
Die positie geeft Groenland onderhandelingsmacht, maar brengt ook verantwoordelijkheden mee. Een onafhankelijke staat met een kleine bevolking zou afspraken moeten maken over bescherming van zijn enorme grondgebied, territoriale wateren, luchtverkeer en zoek- en reddingsoperaties. Samenwerking met Denemarken, de Verenigde Staten, NAVO-landen en andere Arctische partners zou waarschijnlijk belangrijk blijven, ook na volledige onafhankelijkheid.
Identiteit en tempo zijn net zo belangrijk als geld
De onafhankelijkheidsdiscussie gaat niet alleen over begrotingen. De koloniale geschiedenis, de positie van de Inuit-bevolking, taal en zeggenschap over land en grondstoffen spelen een grote rol. Veel Groenlanders zien grotere zelfstandigheid als een logisch vervolg op de ontwikkeling van zelfbestuur. Dat betekent niet dat iedereen hetzelfde tempo of hetzelfde economische model voorstaat.
Groenland is dus niet “bijna onafhankelijk” volgens een vaste kalender. Het bezit een wettelijke route naar soevereiniteit, maar de bevolking moet bepalen wanneer de voorwaarden overtuigend genoeg zijn. Tot die tijd is het een sterk autonoom land binnen het Deense koninkrijk: duidelijk onderscheiden van Denemarken, maar nog niet volledig los ervan.



