Een grens die vroeger wel open was
De noordelijke grensovergangen tussen Oujda in Marokko en Maghnia en Tlemcen in Algerije verbinden gebieden met familiebanden, handel en een gedeelde geschiedenis. Tot 1994 konden inwoners en reizigers de grens gebruiken. Daarna werden slagbomen, controles en militaire patrouilles onderdeel van een grens die op veel plaatsen door steppe en dunbevolkt woestijngebied loopt.
De directe aanleiding was een gewapende aanslag op het Atlas Asni-hotel in Marrakesh op 24 augustus 1994. Marokko verdacht onder meer daders met Algerijnse banden en stelde een visumplicht in voor Algerijnen. Algerije reageerde met een eigen visumplicht en sloot de landgrens. De maatregelen die als reactie op één veiligheidscrisis begonnen, werden nooit volledig teruggedraaid.
De Zandoorlog liet oud wantrouwen achter
De spanningen waren ouder dan 1994. Na de Algerijnse onafhankelijkheid in 1962 ontstond onenigheid over delen van de grens die Frankrijk tijdens de koloniale periode had bestuurd. In oktober 1963 vochten beide landen de korte Zandoorlog uit rond onder meer Tindouf en Béchar. Een staakt-het-vuren beëindigde de strijd, maar het conflict voedde langdurig wantrouwen.
Algerije en Marokko ontwikkelden daarna verschillende politieke systemen en buitenlandse allianties. Beide landen wilden een leidende rol in Noordwest-Afrika. De in 1989 opgerichte Arabische Maghreb-Unie moest regionale samenwerking bevorderen, maar de gesloten grens en bilaterale rivaliteit maakten economische integratie vrijwel onmogelijk.
De Westelijke Sahara als kern van het conflict
De belangrijkste blijvende twistappel is de Westelijke Sahara. Toen Spanje zich in 1975 uit het gebied terugtrok, nam Marokko het grootste deel in en beschouwde het als onderdeel van het koninkrijk. Het Polisariofront riep een onafhankelijke Sahrawi-republiek uit en voerde oorlog tegen Marokko. Sinds 1991 geldt een door de Verenigde Naties begeleid staakt-het-vuren, al laaide het conflict in 2020 opnieuw op.
Algerije steunt het Polisariofront politiek en huisvest grote Sahrawi-vluchtelingenkampen bij Tindouf. Marokko ziet die steun als een directe bedreiging van zijn territoriale aanspraken. Algerije stelt juist dat het het zelfbeschikkingsrecht van de Sahrawi’s verdedigt. Daardoor is de grenskwestie onderdeel geworden van een veel groter regionaal conflict.
Nieuwe breuk in 2021
In augustus 2021 verbrak Algerije de diplomatieke betrekkingen met Marokko. De Algerijnse regering beschuldigde Rabat van vijandige handelingen; Marokko wees die beschuldigingen af. Kort daarna sloot Algerije zijn luchtruim voor Marokkaanse burger- en militaire vliegtuigen en werd het contract voor de Maghreb-Europa-gaspijpleiding via Marokko niet verlengd.
De verhouding verslechterde verder door discussies over defensiesamenwerking, regionale bondgenoten en de status van de Westelijke Sahara. In 2024 voerde Algerije opnieuw een visumplicht voor Marokkaanse staatsburgers in. Officiële Franse en Britse overheidsinformatie meldde ook in 2026 dat de grens gesloten bleef.
Gevolgen voor bewoners en reizigers
De sluiting treft vooral grensregio’s. Familieleden wonen soms op korte afstand, maar moeten voor legaal bezoek via een derde land reizen. Formele handel over de landgrens verdween, terwijl smokkel in brandstof, voedingsmiddelen en andere goederen jarenlang bleef bestaan. Grenssteden verloren een natuurlijke afzetmarkt en regionale vervoersroutes werden onderbroken.
Voor reizigers bestaat geen legale gewone landroute tussen de twee landen. De grens mag ook buiten officiële posten niet worden overgestoken; beide staten bewaken het gebied streng. De lijn tussen Algerije en Marokko is daarmee geen vergeten woestijngrens, maar een concrete barrière die laat zien hoe onopgeloste geschiedenis en buitenlandse politiek het dagelijks verkeer kunnen blokkeren.



