Een groot meer op de Altiplano
Het Titicacameer ligt in een kom tussen de oostelijke en westelijke ketens van de Andes. Het wateroppervlak beslaat ruim 8.000 vierkante kilometer en ligt ongeveer 3.810 meter boven zeeniveau. Daarmee is het het grootste zoetwatermeer van Zuid-Amerika naar watervolume en een van de hoogst gelegen grote meren ter wereld. Op het diepste punt is het ongeveer 280 meter diep.
De internationale grens loopt door het water. Het westelijke deel behoort tot Peru, het oostelijke tot Bolivia. Puno is de voornaamste stad aan de Peruaanse oever; Copacabana is het bekendste vertrekpunt aan Boliviaanse zijde. Het meer tempert lokaal de koude nachten van de hoogvlakte, waardoor langs delen van de kust landbouw mogelijk is.
Twee bekkens en één afvoer
De smalle Straat van Tiquina verdeelt Titicaca in Lago Mayor, ook Chucuito genoemd, en het kleinere en ondiepere Lago Menor of Huiñaymarca. Meer dan twintig rivieren voeren water aan. De Ramis is daarvan de grootste. Slechts een klein deel verlaat het meer via de Desaguadero, die zuidwaarts naar het Poopó-bekken stroomt; het meeste water verdwijnt door verdamping.
Die waterbalans maakt het meer gevoelig voor droge jaren en stijgende temperaturen. Peru en Bolivia beheren het bredere Titicaca-Desaguadero-Poopó-systeem via een binationale autoriteit. Bij Desaguadero staat sinds 2002 een regelwerk waarmee de afvoer tijdens perioden van hoog- of laagwater kan worden beheerst.
Eilanden met eigen tradities
De Uros zijn bekend om eilanden en boten van totora-riet in de baai van Puno. De drijvende platforms worden telkens aangevuld omdat het onderste riet vergaat. Een deel van de bewoners leeft van visserij, handwerk en toerisme, al zijn veel families ook nauw verbonden met Puno op het vasteland.
Taquile en Amantaní zijn natuurlijke eilanden met landbouwterrassen en dorpsgemeenschappen. Op Taquile maken mannen en vrouwen textiel volgens lokale tradities; UNESCO plaatste deze textielkunst op de lijst van immaterieel cultureel erfgoed. Op het Boliviaanse Isla del Sol liggen Inca-terrassen en heiligdommen. Nabij de zuidoever herinneren de ruïnes van Tiwanaku aan een staat die tussen ongeveer 500 en 1000 grote delen van de zuidelijke Andes beïnvloedde.
Natuur onder druk
Rietvelden vormen broed- en voedselgebied voor watervogels. Het meer herbergt ook soorten die alleen in dit stroomgebied voorkomen, zoals de Titicacakikker en de kortvleugelduiker van Titicaca. Aan Peruaanse zijde beschermt de Reserva Nacional del Titicaca delen van het open water en de totora-velden.
Vooral in baaien bij grote steden is vervuiling een zichtbaar probleem. Onvoldoende gezuiverd afvalwater, vast afval en verontreiniging uit mijnbouwgebieden bereiken via rivieren het meer. Daarnaast beïnvloeden droogte en wisselende neerslag de waterstand. Omdat stroming en vervuiling zich niet aan de grens houden, zijn metingen en zuivering alleen effectief wanneer Peru en Bolivia samenwerken.
Reizen via Puno of Copacabana
Vanuit Peru is Puno per bus en trein bereikbaar vanuit onder meer Cusco en Arequipa; de dichtstbijzijnde luchthaven ligt bij Juliaca. Boten varen vanuit Puno naar de Uros, Taquile en Amantaní. In Bolivia vertrekken excursies vanuit Copacabana naar Isla del Sol. Tussen beide landen bestaan landgrensovergangen bij Kasani en Desaguadero.
De hoogte is voor bezoekers een praktische factor. Rustig acclimatiseren, voldoende drinken en zware inspanning op de eerste dag beperken klachten, maar ernstige hoofdpijn of benauwdheid vragen medische aandacht. Nachten zijn het hele jaar koel en op het open water kan het weer snel omslaan, ook wanneer de zon aan de oever fel schijnt.



