Een Colombiaans departement ver in de Caraïben
San Andrés is het grootste eiland van de Colombiaanse archipel San Andrés, Providencia en Santa Catalina. Het ligt ongeveer 230 kilometer ten oosten van Nicaragua, terwijl Cartagena en de rest van de Colombiaanse Caribische kust ruim 700 kilometer verderop liggen. Op de kaart lijkt aansluiting bij Nicaragua daarom logisch, maar staatsgrenzen worden niet alleen door afstand bepaald.
Het departement omvat naast de drie bewoonde eilanden ook cayes, banken, atollen en een groot zeegebied. San Andrés is het bestuurlijke en economische centrum. Providencia en Santa Catalina liggen circa 90 kilometer noordelijker en zijn kleiner, groener en veel minder dicht bebouwd.
Engelse kolonisten, slavernij en aansluiting bij Colombia
In de zeventiende eeuw vestigden Engelse puriteinen zich op Providencia en later ook in de archipel. Plantages draaiden op de arbeid van tot slaaf gemaakte Afrikanen. Spanje nam de eilanden uiteindelijk over, maar Engelse taal, protestantse kerken en Afro-Caribische tradities bleven een belangrijk deel van de lokale samenleving.
Na de onafhankelijkheidsstrijd in Spaans-Amerika kozen lokale besturen in 1822 voor aansluiting bij Groot-Colombia. Nicaragua betwistte later de Colombiaanse zeggenschap, mede omdat de archipel dicht bij zijn kust en vroegere Mosquitokust ligt. Colombia bestuurde de eilanden ondertussen steeds intensiever als nationaal territorium.
Het verdrag van 1928 en het hof in Den Haag
Colombia en Nicaragua sloten in 1928 het Esguerra-Bárcenasverdrag. Nicaragua erkende daarin de Colombiaanse soevereiniteit over San Andrés, Providencia en Santa Catalina; Colombia erkende Nicaraguaanse rechten op de Mosquitokust en de Corn Islands. Nicaragua stelde later dat het verdrag ongeldig of onvoldoende duidelijk was en bracht de zaak bij het Internationaal Gerechtshof.
In 2012 bevestigde het hof dat San Andrés, Providencia, Santa Catalina en meerdere betwiste cayes bij Colombia horen. Tegelijk tekende het een nieuwe maritieme grens waardoor Nicaragua rechten kreeg op een groot deel van de omliggende zee. Colombia behield de eilanden, maar sommige Colombiaanse cayes kwamen daardoor als kleine zones binnen Nicaraguaanse wateren te liggen.
De Raizal-cultuur onder druk
De oorspronkelijke eilandbevolking staat bekend als de Raizal. Hun cultuur heeft Afrikaanse, Britse en Caribische wortels. Kriol, een op het Engels gebaseerde creooltaal, heeft naast Spaans en Engels een officiële positie in het departement. Baptistische kerken, calypso, reggae, visserij en houten huizen met veranda’s behoren tot herkenbare elementen van de eilandsamenleving.
Vanaf de jaren vijftig stimuleerde Colombia toerisme, handel en migratie vanaf het vasteland. San Andrés werd een vrijhaven en groeide snel. Raizales vormen daardoor geen vanzelfsprekende meerderheid meer en voeren discussies over taal, grondbezit, politieke invloed en de draagkracht van het eiland.
Riffen, toerisme en beperkte ruimte
De archipel ligt in het UNESCO-biosfeerreservaat Seaflower, dat meer dan 300.000 vierkante kilometer oceaan, riffen, mangroven, zeegrasvelden en cayes omvat. San Andrés zelf is klein en grotendeels bebouwd. Stranden, duiken, Johnny Cay en de ondiepe lagune trekken veel bezoekers, maar afvalverwerking, zoetwater, kustbouw en schade aan koraalriffen vormen blijvende problemen.
De meeste reizigers bereiken San Andrés per vliegtuig vanuit Colombia of andere Caribische bestemmingen. Providencia is vervolgens bereikbaar met een korte vlucht of een zeeverbinding. De grote afstand tot het Colombiaanse vasteland is dus praktisch merkbaar, maar verandert niets aan de staatsrechtelijke positie: San Andrés is Colombiaans, terwijl de zee eromheen door rechterlijke uitspraken en regionale claims veel ingewikkelder is geworden.



