Een uitzonderlijk aantal talen voor één staat
Papoea-Nieuw-Guinea geldt als het taalkundig meest diverse land ter wereld. Overheids- en internationale bronnen spreken van meer dan achthonderd afzonderlijke inheemse talen. Het precieze aantal verandert omdat onderzoekers varianten opnieuw indelen, talen beter documenteren of vaststellen dat de laatste sprekers zijn overleden. De schaal blijft hoe dan ook uitzonderlijk.
Veel talen hebben relatief kleine gemeenschappen. Waar grote wereldtalen honderden miljoenen sprekers tellen, kan een taal in Papoea-Nieuw-Guinea bij één vallei, eiland of groep dorpen horen. Een inwoner kan thuis een lokale taal spreken, met mensen uit andere streken Tok Pisin gebruiken en op school of bij de overheid Engels tegenkomen.
Bergen en bossen hielden gemeenschappen uit elkaar
Het oostelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea wordt doorsneden door hoge bergketens, diepe dalen, snelstromende rivieren en dicht regenwoud. Plaatsen die op een kaart maar enkele tientallen kilometers uit elkaar liggen, konden vroeger dagen lopen van elkaar verwijderd zijn. Aan de kust en op omliggende eilanden zorgden zee-engtes en ruwe wateren voor vergelijkbare scheidingen.
Wanneer groepen langdurig weinig contact hebben, veranderen uitspraak, woordenschat en grammatica elk in een eigen richting. Over vele generaties kunnen dialecten zo ver uit elkaar groeien dat sprekers elkaar niet meer verstaan. Het landschap maakte het mogelijk dat veel kleine taalgebieden naast elkaar bleven bestaan.
Taal markeert familie, land en identiteit
Geografie verklaart niet alles. Lokale gemeenschappen onderhielden handelsnetwerken, huwelijken en rituelen, maar behielden tegelijk een sterke eigen identiteit. Een taal hoorde bij verwantschap, voorouders en rechten op land. Verschillen konden bewust worden gekoesterd: taal maakte duidelijk tot welke groep iemand behoorde.
Meertaligheid was daarom al lang normaal voordat er een moderne staat bestond. Mensen leerden talen van buren of handelspartners zonder hun eigen taal op te geven. De gedachte dat één nationale taal vanzelf alle lokale talen vervangt, past slecht bij deze geschiedenis.
“Papoeatalen” vormen niet één familie
Een deel van de talen behoort tot de Austronesische taalfamilie, die zich over een enorm gebied van Madagaskar tot de Stille Oceaan verspreidde. Deze talen worden vooral aan kusten en op eilanden gesproken, al is de verdeling niet absoluut.
Veel andere talen worden gemakshalve Papoeatalen genoemd. Dat is geen enkele taalfamilie, maar een verzamelnaam voor talrijke families en geïsoleerde talen die niet Austronesisch zijn. Sommige hebben aantoonbare onderlinge verwantschap; andere staan zo ver van elkaar dat een gemeenschappelijke oorsprong niet is vastgesteld. De diversiteit zit dus niet alleen in het aantal talen, maar ook in hun diepe structurele verschillen.
Tok Pisin verbindt het land
Tok Pisin ontstond uit contact tussen lokale bewoners, handelaren, plantagearbeiders en koloniale machthebbers. Veel woorden hebben een Engelse oorsprong, maar de taal ontwikkelde een eigen grammatica en woordenschat. Het is daarom misleidend om Tok Pisin alleen als “gebroken Engels” te beschrijven. Voor veel inwoners is het een volwaardige eerste of tweede taal.
Tok Pisin wordt gebruikt in het parlement, de media, kerken, steden en handel. Engels speelt een belangrijke rol in bestuur, onderwijs en internationale contacten. Hiri Motu heeft vooral historische en regionale betekenis in het zuiden. Officiële bronnen noemen deze drie als nationale of officiële werktalen; Papoea-Nieuw-Guinese Gebarentaal heeft daarnaast wettelijke erkenning gekregen.
Onderwijs moet kiezen tussen bereik en nabijheid
Lesgeven in een lokale moedertaal kan jonge kinderen helpen begrijpen wat zij leren en ondersteunt cultureel erfgoed. Tegelijk is het kostbaar om lesmateriaal en leraren voor honderden talen beschikbaar te maken. Onderwijs in Tok Pisin of Engels vergroot de toegang tot vervolgonderwijs en werk, maar kan kleine talen naar de achtergrond drukken.
De overheid erkent daarom het belang van geletterdheid in zowel lokale talen als bredere voertalen. In de praktijk verschilt het beleid per streek en periode. Dorpsgemeenschappen, kerken en taalorganisaties spelen een grote rol bij woordenboeken, bijbelvertalingen, verhalen en digitale archieven.
Veel talen zijn kwetsbaar, maar niet waardeloos klein
Verstedelijking, gemengde gezinnen, onderwijs en massamedia vergroten het gebruik van Tok Pisin en Engels. Wanneer kinderen een lokale taal niet meer leren, kan een taal in enkele generaties verdwijnen. Daarmee gaan ook mondelinge geschiedenis, namen voor planten, plaatselijke kennis en unieke manieren van vertellen verloren.
Toch moet taaldiversiteit niet alleen als probleem worden gezien. Zij is een bewijs van duizenden jaren menselijke aanpassing en culturele creativiteit. Papoea-Nieuw-Guinea functioneert niet ondanks zijn honderden talen, maar heeft geleerd voortdurend tussen lokale en nationale identiteiten te schakelen. Het land laat zien dat een staatsgrens veel verschillende taalwerelden kan omvatten zonder dat één daarvan de enige “echte” nationale stem hoeft te zijn.



