Een exclave aan de rivier de Aras
Nachitsjevan beslaat ongeveer 5.500 vierkante kilometer in het zuiden van de Kaukasus. In het noorden en oosten grenst het aan Armenië, in het zuiden en westen vormt de rivier de Aras grotendeels de grens met Iran. Helemaal in het noordwesten ligt een korte grens met Turkije. Tussen Nachitsjevan en het overige Azerbeidzjan ligt de Armeense provincie Syunik.
Het landschap bestaat uit droge vlakten en steile berggebieden. De Kapudzhukh in het Zangezurgebergte is het hoogste punt. De meeste inwoners wonen in de hoofdstad Nachitsjevan en in plaatsen als Julfa, Ordubad, Sharur en Babek. Irrigatie is belangrijk voor landbouw in het droge klimaat.
Autonomie vastgelegd in 1921
Het gebied was in de jaren na de Russische Revolutie betwist en kende gewapende conflicten tussen Armeniërs, Azerbeidzjanen en verschillende tijdelijke regeringen. De verdragen van Moskou en Kars uit 1921 bepaalden dat Nachitsjevan een autonoom gebied onder de bescherming van Sovjet-Azerbeidzjan zou worden. In 1924 ontstond de Nachitsjevanse Autonome Socialistische Sovjetrepubliek.
Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie bleef die bijzondere positie bestaan binnen het onafhankelijke Azerbeidzjan. De grens met Armenië werd door het conflict tussen beide landen vrijwel geheel gesloten. Daardoor veranderde de kaartkundige scheiding in een concrete logistieke scheiding.
Een eigen parlement en regering
De Azerbeidzjaanse grondwet omschrijft Nachitsjevan als een autonome staat binnen de Republiek Azerbeidzjan. De Ali Majlis, het parlement, telt 45 leden. De autonome republiek heeft daarnaast een kabinet van ministers en eigen rechtbanken. De voorzitter van de Ali Majlis geldt grondwettelijk als hoogste functionaris van Nachitsjevan.
De autonomie is niet hetzelfde als onafhankelijkheid. Buitenlands beleid, defensie en de nationale wetgeving blijven Azerbeidzjaanse bevoegdheden. Wetten en besluiten van Nachitsjevan mogen niet in strijd zijn met de grondwet en wetten van Azerbeidzjan. De president in Bakoe benoemt bovendien lokale uitvoerende bestuurders en speelt een rol bij de aanwijzing van de premier.
Vervoer via lucht, Iran en Turkije
De eenvoudigste verbinding met Bakoe is per vliegtuig. Volgens de officiële toeristische informatie zijn er dagelijks rechtstreekse vluchten. Over land loopt personen- en goederenverkeer tussen het Azerbeidzjaanse kernland en Nachitsjevan vooral via Iran. Dat betekent twee internationale grenspassages en afhankelijkheid van Iraanse wegen en regels.
Bij Sədərək ligt de grensovergang met Turkije; bij Julfa en Şahtaxtı zijn verbindingen met Iran. Daardoor is Nachitsjevan ook een transitroute tussen Iran en Turkije. Azerbeidzjan werkt aan nieuwe verbindingen via Iran en pleit daarnaast voor een route door Armenië. De precieze vorm en politieke status van zulke corridors zijn echter onderwerp van onderhandelingen en mogen niet als bestaande vrije reisroute worden voorgesteld.
Steden, zoutmijnen en berglandschap
De hoofdstad heeft moderne overheidsgebouwen, musea en het opvallende mausoleum van Momine Khatun uit de twaalfde eeuw. Bij Duzdağ is een oude zoutmijn deels ingericht als behandelcentrum. Ordubad staat bekend om historische huizen, boomgaarden en zijn ligging aan de voet van de bergen. In het westen ligt de berg Ilandag, die een herkenbaar silhouet boven het landschap vormt.
Voor buitenlandse reizigers gelden dezelfde visumregels als voor de rest van Azerbeidzjan, maar grenssituaties en vervoersroutes kunnen veranderen. Een vlucht vanuit Bakoe is doorgaans overzichtelijker dan een route over land. Nachitsjevan is daarmee niet alleen een exclave op de kaart, maar een gebied waarvan bestuur, handel en bereikbaarheid dagelijks door drie landsgrenzen worden bepaald.



