Geen leger is niet hetzelfde als geen veiligheidsmacht
Een land zonder permanent leger heeft geen reguliere strijdmacht die in vredestijd als landmacht, luchtmacht en marine opereert. Dat betekent niet dat er geen gewapende diensten bestaan. Politie-eenheden kunnen grenzen bewaken, een kustwacht kan schepen en vliegtuigen inzetten en bondgenoten kunnen verantwoordelijk zijn voor luchtverdediging. Ook kan een grondwet in een noodsituatie tijdelijke mobilisatie toestaan.
Daarom verschillen internationale lijstjes. Sommige kleine staten hebben ceremoniële gardes of paramilitaire politie. Andere bezitten een kustwacht met taken die elders bij een marine horen. Costa Rica, IJsland, Liechtenstein en Panama tonen vier duidelijk verschillende manieren waarop een staat zonder staand leger kan functioneren.
Costa Rica maakte afschaffing tot nationaal symbool
Na een korte maar bloedige burgeroorlog in 1948 kondigde José Figueres Ferrer de ontbinding van het Costa Ricaanse leger aan. Tijdens een symbolische ceremonie sloeg hij met een voorhamer tegen een muur van de Bellavistakazerne. Het gebouw werd later het Nationaal Museum. De grondwet van 1949 legde vervolgens vast dat het leger als permanente instelling verboden is.
Costa Rica behield wel politie- en veiligheidsdiensten. De Fuerza Pública bewaakt de openbare orde en de grenzen, terwijl gespecialiseerde eenheden criminaliteit en drugshandel bestrijden. De grondwet laat onder uitzonderlijke omstandigheden strijdkrachten toe voor de nationale verdediging, maar die zouden onder burgerlijk gezag staan en niet als permanent leger blijven bestaan.
De afschaffing werd onderdeel van het internationale imago van Costa Rica. Politici koppelen de keuze vaak aan investeringen in onderwijs, zorg en democratische instellingen. Het is moeilijk om iedere sociale ontwikkeling rechtstreeks aan één begrotingsbesluit toe te schrijven, maar de afwezigheid van een invloedrijk militair apparaat heeft de politieke cultuur duidelijk gevormd.
IJsland is zonder leger toch NAVO-lid
IJsland heeft geen staande strijdkrachten, maar behoort sinds de oprichting tot de NAVO. De ligging tussen Noord-Amerika en Europa is strategisch belangrijk. Het land combineert zijn bondgenootschap met een kustwacht, nationale politie, radarinstallaties en civiele defensieorganisaties.
De IJslandse kustwacht voert reddingsoperaties uit, bewaakt visserijzones en beheert onderdelen van het luchtwaarschuwingssysteem. Andere NAVO-landen sturen periodiek gevechtsvliegtuigen voor luchtbewaking. Daarnaast bestaat sinds 1951 een defensieovereenkomst met de Verenigde Staten. IJsland heeft veiligheid dus niet afgeschaft, maar organiseert haar grotendeels via civiele diensten en internationale samenwerking.
Liechtenstein vond een leger te kostbaar
Liechtenstein schafte zijn militaire organisatie in 1868 af, nadat de Duitse Bond was opgeheven. Twee jaar eerder had een klein contingent deelgenomen aan de Oostenrijks-Pruisische Oorlog zonder in gevecht te raken. Voor een zeer kleine Alpenstaat waren de kosten van een eigen leger groot, terwijl de praktische verdedigingswaarde beperkt was.
Tegenwoordig verzorgt de nationale politie de binnenlandse veiligheid. Liechtenstein is neutraal en werkt nauw samen met buurland Zwitserland, maar er bestaat geen simpele regel dat het Zwitserse leger automatisch iedere militaire taak voor het vorstendom overneemt. De veiligheid berust vooral op stabiele internationale verhoudingen, diplomatie en de ligging tussen vreedzame Europese staten.
Panama koos na militaire dictatuur voor openbare diensten
Panama kende in de twintigste eeuw wel strijdkrachten en lange periodes waarin militaire leiders de politiek domineerden. Na de Amerikaanse invasie van 1989 werden de strijdkrachten ontbonden. De grondwet bepaalt nu expliciet dat de republiek geen leger zal hebben.
In plaats daarvan bestaan afzonderlijke openbare veiligheidsdiensten, waaronder de nationale politie, grensdienst, lucht- en zeedienst en bescherming van institutionele gebouwen. Sommige beschikken over zware uitrusting en vervullen taken die bij andere landen militair zouden heten. De scheiding in verschillende diensten moet voorkomen dat opnieuw één legerleiding een zelfstandige politieke machtsbasis vormt.
De voordelen hangen af van de omgeving
Geen permanent leger kan kosten en het risico op militaire inmenging in de politiek verminderen. Kleine staten hebben vaak onvoldoende schaal om moderne luchtmacht, marine en landmacht geloofwaardig op te bouwen. Diplomatie, regionale samenwerking en gespecialiseerde politie kunnen dan doelmatiger zijn.
Maar het model is niet zonder afhankelijkheid. IJsland rekent op bondgenoten, kuststaten moeten hun wateren kunnen bewaken en politie-eenheden kunnen alsnog sterk gemilitariseerd raken. Een land zonder leger is dus niet automatisch pacifistisch, goedkoop of volledig zelfstandig in zijn verdediging.
De vier voorbeelden laten vooral zien dat staatsveiligheid op meer manieren kan worden georganiseerd. De afwezigheid van uniformen met de naam “leger” vertelt pas de helft van het verhaal; belangrijker is wie de resterende taken uitvoert, wie daar democratische controle over heeft en welke internationale afspraken het land beschermen.



