Een dal dat naar Duitsland afwatert
Kleinwalsertal ligt in het noordoosten van Vorarlberg en wordt omringd door de Allgäuer Alpen. De Breitach stroomt vanuit het dal naar het Duitse Oberstdorf. In dezelfde richting loopt de enige openbare toegangsweg. Aan de Oostenrijkse kant sluiten bergketens het dal af; de passen zijn geschikt voor wandelaars, maar niet voor gewoon wegverkeer.
Daarom is Kleinwalsertal geen echte enclave. Het grondgebied grenst rechtstreeks aan de rest van Oostenrijk. In praktisch verkeer gedraagt het zich wel als een quasi-exclave: wie vanuit Bregenz, Innsbruck of Wenen per auto komt, moet eerst Duitsland in en daarna opnieuw de Oostenrijkse grens passeren.
Walser uit het huidige Zwitserland
De naam verwijst naar de Walser, Duitstalige kolonisten uit het Zwitserse Wallis. Zij vestigden zich in de late dertiende eeuw in het hooggelegen Breitachtal. Mittelberg was een van de eerste nederzettingen; later groeiden ook Riezlern, Hirschegg en Baad. De dorpen vormen tegenwoordig samen de politieke gemeente Mittelberg.
Het Walserdialect en verschillende bouw- en landbouwtradities onderscheiden het dal nog altijd van andere delen van Vorarlberg. De beperkte landbouwmogelijkheden dwongen bewoners lange tijd tot veeteelt, seizoensarbeid en handel met het nabijgelegen Allgäu. De natuurlijke uitgang naar Duitsland was economisch belangrijker dan de bergpassen richting Oostenrijk.
Het douaneverdrag van 1891
De bijzondere ligging leidde tot een formele oplossing. Een Oostenrijks-Duits verdrag sloot de gemeente Mittelberg op 1 mei 1891 aan bij het Duitse douanegebied. Goederen konden daardoor zonder de omslachtige route over Oostenrijks berggebied met Beieren worden verhandeld. Politiek en juridisch bleef Kleinwalsertal Oostenrijks.
De regeling werkte door in het dagelijks leven. Duitse postcodes, Duitse prijzen en de D-mark speelden lange tijd een praktische rol. Met de Oostenrijkse toetreding tot de Europese Unie in 1995, het verdwijnen van binnengrenzen en later de komst van de euro verloor de douaneconstructie een groot deel van haar betekenis. De verkeersgeografie veranderde echter niet.
Van afgelegen boerendal naar skigebied
De betere wegverbinding via Oberstdorf maakte vanaf de twintigste eeuw grootschaliger toerisme mogelijk. Kabelbanen ontsloten onder meer de Kanzelwand, Walmendingerhorn en Ifen. Het skigebied is op verschillende plaatsen met het Duitse Oberstdorf verbonden, zodat bezoekers tijdens één skidag ongemerkt de staatsgrens passeren.
Toerisme bracht werk en voorzieningen, maar ook veel verkeer en druk op bouwgrond. De gemeente heeft slechts enkele duizenden vaste inwoners, terwijl in vakantieperioden veel meer mensen in het dal verblijven. Openbaar vervoer is daarom belangrijk voor zowel bewoners als bezoekers.
Praktische route voor reizigers
Treinreizigers stappen doorgaans uit in Oberstdorf en reizen per bus verder. Automobilisten volgen vanuit Duitsland de B19 via Sonthofen en Oberstdorf. Wie vanuit Vorarlberg komt, rijdt via de Bregenzerwald-regio, de Riedbergpas en opnieuw Oberstdorf. Vooral in de winter kunnen bergwegen en passen weersgevoelig zijn.
Binnen Kleinwalsertal rijdt de Walserbus langs de hoofdas door Riezlern, Hirschegg en Mittelberg naar Baad. Veel wandelingen beginnen bij een bushalte of kabelbaan. Het bijzondere van het dal zit daardoor niet alleen in de kaartvorm, maar in een infrastructuur die al meer dan een eeuw vanzelfsprekend over de Duits-Oostenrijkse grens heen functioneert.



