Vier gouvernementen binnen Irak
De Koerdische Regio ligt in het noorden en noordoosten van Irak en grenst aan Turkije, Iran en Syrië. De regionale autoriteiten rekenen Erbil, Duhok, Sulaymaniyah en Halabja tot het federale gebied. Erbil is de zetel van de Kurdistan Regional Government, het regionale parlement en het presidentschap.
Het gebied is geen onafhankelijke staat. Inwoners hebben Iraakse paspoorten, de buitenlandse vertegenwoordiging ligt bij Irak en de regio maakt deel uit van de Iraakse federale begroting. Tegelijk zijn regionale instellingen in het dagelijks bestuur veel zichtbaarder dan federale ministeries.
Zelfbestuur na 1991
Koerdische bewegingen vochten gedurende de twintigste eeuw herhaaldelijk met de Iraakse centrale regering. Onder Saddam Hoessein bereikte de onderdrukking een dieptepunt met de Anfal-campagne van 1987–1988 en de gifgasaanval op Halabja. Na de Golfoorlog van 1991 kwam een Koerdische opstand op gang, gevolgd door een massale vlucht naar Turkije en Iran.
Een door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk gehandhaafde no-flyzone beperkte de operaties van het Iraakse leger in het noorden. Bagdad trok zich uit een groot deel van de regio terug. In mei 1992 werden verkiezingen gehouden en ontstonden een parlement en regionale regering. Interne strijd tussen de KDP en PUK leidde later tot twee afzonderlijke machtscentra, die vanaf 2003 weer in één bestuurlijk raamwerk werden samengebracht.
Erkend in de grondwet van 2005
Artikel 117 van de Iraakse grondwet erkent de bestaande Koerdische autoriteiten als federale regio. Artikel 121 geeft regio’s wetgevende, uitvoerende en rechterlijke bevoegdheden, behalve op terreinen die exclusief aan de federale overheid zijn toegewezen. Ook mogen zij eigen politie, veiligheidsdiensten en regionale gardes organiseren.
Koerdisch en Arabisch zijn officiële talen van Irak. In de Koerdische Regio wordt vooral Sorani en Kurmanji gesproken; ook Turkmeense, Assyrische, Armeense en andere gemeenschappen wonen er. Onderwijs, gezondheidszorg, gemeenten en veel economische regelgeving worden regionaal bestuurd.
Olie, begroting en Peshmerga
De verdeling van olie-inkomsten vormt een terugkerend conflict. De regio sloot zelf contracten en exporteerde olie via een pijpleiding naar Turkije, terwijl Bagdad stelde dat federaal toezicht nodig was. Omgekeerd beschuldigde Erbil de centrale regering ervan afgesproken begrotingsgelden en salarissen niet volledig over te maken.
De Peshmerga zijn de gewapende regionale strijdkrachten. De grondwet maakt regionale gardes mogelijk, maar de eenheden zijn historisch verbonden aan de belangrijkste politieke partijen. Hervormingen moeten ze onder één ministerie brengen en hun verhouding tot het Iraakse leger verduidelijken.
Betwiste gebieden en het referendum van 2017
Kirkuk en verschillende gebieden tussen de erkende regio en de rest van Irak hebben een gemengde bevolking en zijn bestuurlijk omstreden. Artikel 140 voorzag in normalisering, een volkstelling en een referendum over hun status, maar de gestelde termijn van eind 2007 verstreek zonder oplossing.
Op 25 september 2017 hielden de regionale autoriteiten een onafhankelijkheidsreferendum, ook in enkele betwiste gebieden. Een grote meerderheid stemde voor afscheiding, maar Bagdad en de buurlanden verwierpen de stemming. Federale troepen hernamen daarna onder meer Kirkuk. Sindsdien bleef de Koerdische Regio binnen Irak bestaan, met vergaande autonomie maar zonder overeenstemming over alle grenzen, inkomsten en bevoegdheden.



