Een meer in de diepste landdepressie
De Dode Zee ligt in een tektonische slenk die deel uitmaakt van de grote breukzone tussen de Afrikaanse en Arabische plaat. Het meer heeft geen afvoer naar zee. Water verdwijnt vooral door verdamping, waardoor zouten en mineralen achterblijven. Het zoutgehalte ligt rond een derde van het watergewicht, veel hoger dan in de oceaan.
Daardoor blijven zwemmers gemakkelijk drijven, maar gewoon zwemmen is lastig. Water in ogen of wondjes veroorzaakt sterke irritatie en inslikken is gevaarlijk. De naam verwijst naar het ontbreken van vissen en andere grotere waterdieren; verschillende micro-organismen kunnen de extreme omstandigheden wel verdragen.
Een grenswater met drie oevers
De oostelijke kust behoort tot Jordanië. Aan de westkant liggen Israël en de Westelijke Jordaanoever. Het noordelijke bekken is het overgebleven natuurlijke meer. Ten zuiden daarvan liggen verdampingsbassins die door de mineralenindustrie worden gebruikt. Dammen en dijken geven dat zuidelijke deel op kaarten soms het uiterlijk van één doorlopend meer.
De ligging maakte het gebied eeuwenlang belangrijk voor zout, asfalt en mineralen. Tegenwoordig winnen bedrijven aan beide zijden onder meer potas en broom. De industrie gebruikt water uit het meer en draagt, naast de verminderde toevoer, bij aan veranderingen in het watersysteem.
Waarom het waterpeil daalt
De Jordaan was historisch de belangrijkste aanvoer. Israël, Jordanië en Syrië gebruiken echter veel water uit de rivier en haar zijrivieren voor landbouw en drinkwatervoorziening. Daardoor bereikt nog maar een beperkt deel van de vroegere toevoer de Dode Zee. In het hete, droge klimaat verdampt ondertussen veel water.
Israëlische meetgegevens plaatsen het peil in juli 2026 rond 441 meter onder zeeniveau. Dat is aanzienlijk lager dan enkele decennia geleden. De kustlijn verschuift op vlakke plaatsen honderden meters en voormalige stranden, aanlegplaatsen en kuuroorden kwamen droog te liggen.
Zinkgaten langs de terugtrekkende kust
Onder delen van de kust liggen zoutlagen. Wanneer het meer zich terugtrekt, stroomt minder zout grondwater door de bodem. Dat water lost het ondergrondse zout op, waarna holtes instorten. Sinds de jaren tachtig zijn langs de Israëlische en Jordaanse oevers duizenden zinkgaten ontstaan.
Wegen, landbouwgrond, stranden en gebouwen moesten hierdoor worden afgesloten of verplaatst. De Geological Survey of Israel volgt verzakkingen en nieuwe scheuren met veldmetingen, satellietbeelden en geautomatiseerde detectie. Buiten aangewezen stranden is de kust daarom niet vanzelfsprekend veilig toegankelijk.
Badplaatsen en natuurgebieden
Aan Israëlische zijde concentreert het badtoerisme zich vooral bij Ein Bokek en Hamei Zohar, waar stranden aan de kunstmatig gereguleerde zuidelijke bassins liggen. Verder noordelijk bevinden zich Ein Gedi, Masada en Qumran, maar de afstand tussen de weg en het huidige water kan groot zijn. Aan Jordaanse zijde liggen hotels en openbare voorzieningen rond Sweimeh en de noordoostkust.
Reizigers moeten officiële toegangen gebruiken en lokale waarschuwingen over zinkgaten opvolgen. De Dode Zee blijft bekend om drijven en mineraalrijke modder, maar het landschap is geen onveranderlijk natuurdecor. Het dalende peil, de industriële bassins en verlaten kustvoorzieningen maken de watercrisis overal zichtbaar.



