Voor 1888 voeren kleine pontjes heen en weer
Punda en Otrobanda liggen tegenover elkaar aan de Sint Annabaai, de smalle toegang tot het Schottegat. Tot ver in de negentiende eeuw waren bewoners voor de oversteek aangewezen op kleine roeiboten, lokaal vaak yola’s genoemd. Volgens het Nationaal Archief Curaçao maakten op een gewone werkdag in 1868 ongeveer 4.000 mensen daarvan gebruik.
Een vaste verbinding lag voor de hand, maar de Sint Annabaai was tegelijk de toegang tot een belangrijke natuurlijke haven. Een brug mocht zeilschepen en later stoomschepen niet blokkeren. Dat maakte een gewone lage brug onmogelijk en een hoge verkeersbrug was met de techniek en middelen van die tijd geen realistische oplossing.
Het plan van Leonard Burlington Smith
De Amerikaanse consul en ondernemer Leonard Burlington Smith werkte in 1886 een plan uit voor een drijvende brug die kon openzwaaien. Hij kreeg toestemming om de verbinding te bouwen en aanvankelijk ook te exploiteren. In 1887 leverde hij de definitieve tekeningen in; op 8 mei 1888 konden voetgangers voor het eerst over de nieuwe brug lopen.
De gouverneur gaf haar de naam Koningin Emmabrug. Het oorspronkelijke bouwwerk had houten pontons en lag iets zuidelijker dan de huidige positie. Later werd de brug ongeveer achttien meter naar het noorden verplaatst. Op Curaçao kreeg zij de bijnaam Swinging Old Lady, verwijzend naar de manier waarop de lange constructie over het water draait.
Zestien pontons en ruimte voor de haven
De brug wordt gedragen door zestien drijvende pontons. Wanneer een schip de haven in of uit moet, blijft één zijde als draaipunt functioneren en beweegt de rest van de brug naar de oever. Motoren zorgen ervoor dat de vaargeul wordt vrijgemaakt. De Curaçao Ports Authority opent de brug dag en nacht voor binnenkomend en vertrekkend scheepvaartverkeer.
De werking verschilt daardoor van een ophaalbrug, waarvan het dek omhooggaat, en van een gewone draaibrug op een vaste middenpijler. De constructie ligt vrijwel volledig op het water. Dat past bij de nauwe havenmond, maar vraagt geregeld onderhoud aan pontons, staalconstructie en houten dek.
Tol betalen, behalve op blote voeten
De brug was aanvankelijk ook een commerciële onderneming. Van 1901 tot 1934 moesten gebruikers tol betalen. Een bekende uitzondering gold voor mensen die blootsvoets overstaken. De regeling wordt vaak verteld als een sociaal gebaar: wie geen schoenen bezat, hoefde niet te betalen. De brug was daarmee niet alleen techniek, maar ook onderdeel van het dagelijkse stadsleven.
Wanneer de brug geopend is, nemen kleine veerponten de oversteek over. Deze ponchi’s varen tussen Punda en Otrobanda en zijn voor voetgangers gratis. Daardoor blijft de directe verbinding bestaan, ook als een vrachtschip, marineschip of ander vaartuig door de Sint Annabaai vaart.
Van verkeersbrug naar voetgangersroute
De Emmabrug droeg vroeger ook voertuigen, maar die functie veranderde na de opening van de hoge Koningin Julianabrug in 1974. Die vaste brug leidt het autoverkeer boven de haven langs. De lagere pontonbrug is tegenwoordig in de eerste plaats voor voetgangers en vormt een directe wandelroute tussen de Handelskade in Punda en het Brionplein in Otrobanda.
Beide stadsdelen maken deel uit van het historische centrum van Willemstad, dat sinds 1997 op de Werelderfgoedlijst staat. Voor bezoekers is de brug gemakkelijk te voet te bereiken. Een passage kan enkele minuten worden onderbroken door scheepvaart, maar juist het openen, de veerpont en het zicht op de actieve haven laten zien waarom Willemstad hier geen gewone vaste stadsbrug kon gebruiken.



