Stukken India in Bangladesh en andersom
Voor 2015 lagen 111 Indiase enclaves in Bangladesh en 51 Bangladeshi enclaves in India. Samen vormden zij 162 losse gebiedjes, lokaal bekend als chhitmahals. Sommige bestonden uit enkele huizen of akkers, andere uit complete dorpen. De grens liep vooral door de omgeving van Cooch Behar in de Indiase deelstaat West-Bengalen en het district Rangpur in Bangladesh.
De constructie ging nog verder. Binnen enkele enclaves lagen tegen-enclaves van het andere land. Dahala Khagrabari was zelfs een stukje India in een Bangladeshi enclave, die weer in een Indiase enclave binnen Bangladesh lag. Het gold tot 2015 als de enige bekende enclave van de derde orde ter wereld.
Geen schaakspel, maar versnipperd grondbezit
Een populair verhaal vertelt dat lokale vorsten de dorpen bij schaak- of kaartspelen zouden hebben gewonnen. Daarvoor bestaat geen overtuigend historisch bewijs. De enclaves ontstonden uit een ingewikkeld patroon van dorpen, belastingrechten en landbezit tussen het vorstendom Cooch Behar en gebieden onder Mogolbestuur rond Rangpur.
Toen Brits-Indië in 1947 werd verdeeld, sloot Cooch Behar zich aan bij India en kwam Rangpur in Oost-Pakistan te liggen, het latere Bangladesh. Oude lokale percelen werden daardoor plotseling internationaal grondgebied. Een landweg naar de eigen staat ontbrak en bewoners moesten officieel een buitenlandse grens passeren om overheidsdiensten te bereiken.
Leven zonder normale voorzieningen
In de praktijk waren veel enclaves jarenlang nauwelijks bestuurbaar. Politie en ambtenaren uit het moederland konden er niet zonder toestemming van het omringende land komen. Elektriciteitsnetten, scholen, ziekenhuizen en verharde wegen werden vaak niet of laat aangelegd. Geboorten en grondbezit waren moeilijk officieel te registreren.
Bewoners werden niet altijd letterlijk staatloos, maar konden hun formele nationaliteit vaak niet effectief gebruiken. Zonder geldige documenten was stemmen, reizen, studeren of een officiële baan vinden lastig. Informele afspraken met omliggende dorpen hielden het dagelijks leven draaiende, maar boden geen rechtszekerheid.
Een akkoord uit 1974 wachtte veertig jaar
India en Bangladesh sloten in 1974 een Land Boundary Agreement waarin zij de uitwisseling van de enclaves afspraken. Bangladesh ratificeerde het verdrag, maar in India was een grondwetswijziging nodig omdat grondgebied zou worden overgedragen. Politieke bezwaren en onenigheid over andere grensstukken vertraagden de uitvoering.
Een aanvullend protocol uit 2011 legde resterende grenspunten en zogenoemde adverse possessions vast. In mei 2015 nam het Indiase parlement de benodigde honderdste grondwetswijziging aan. Daarmee kon de eerder overeengekomen ruil eindelijk juridisch worden uitgevoerd.
De landruil van 2015
In de nacht van 31 juli op 1 augustus 2015 wisselden de enclaves van staat. India kreeg de 51 Bangladeshi enclaves met samen ruim 7.100 acres; Bangladesh kreeg 111 Indiase enclaves met ruim 17.000 acres. De nieuwe grens volgde voortaan het omliggende land, waardoor enclaves en tegen-enclaves verdwenen.
Bewoners mochten op hun plek blijven en de nationaliteit van het omringende land aannemen, of verhuizen. De overgrote meerderheid bleef. Ongeveer 920 bewoners van voormalige Indiase enclaves in Bangladesh kozen voor verhuizing naar India; vanuit de voormalige Bangladeshi enclaves vertrok vrijwel niemand naar Bangladesh. Na de ruil moesten regeringen nog woningen, wegen, elektriciteit en identiteitsdocumenten regelen, maar de fundamentele onzekerheid over land en staatsburgerschap was beëindigd.



