Een ingewikkelde onafhankelijkheid
Cyprus stond vanaf 1878 onder Brits bestuur en werd in 1960 een onafhankelijke republiek. De grondwet verdeelde functies en bevoegdheden tussen de Grieks-Cypriotische meerderheid en de Turks-Cypriotische minderheid. Griekenland, Turkije en het Verenigd Koninkrijk werden garantmachten. De constructie moest voorkomen dat het eiland bij Griekenland zou worden gevoegd of tussen beide gemeenschappen zou worden verdeeld.
De machtsdeling hield niet lang stand. In 1963 en 1964 braken gewelddadige confrontaties uit en trokken veel Turks-Cyprioten zich terug in enclaves. De Verenigde Naties richtten in 1964 UNFICYP op, een vredesmacht die nog altijd op Cyprus aanwezig is. In Nicosia werd een voorlopige scheidslijn op een kaart met groene pen getekend; daar komt de naam Green Line vandaan.
De feitelijke deling van 1974
In juli 1974 pleegden Grieks-Cypriotische nationalisten met steun van de militaire junta in Athene een staatsgreep tegen president Makarios. Het doel was aansluiting bij Griekenland. Turkije landde daarop troepen in het noorden, met een beroep op zijn rol als garantmacht. Na een tweede offensief kwam ongeveer een derde van het eiland onder Turks militair gezag.
Grote groepen bewoners sloegen op de vlucht of werden verdreven. Grieks-Cyprioten trokken hoofdzakelijk naar het zuiden en Turks-Cyprioten naar het noorden. In 1983 riep het noordelijke bestuur de Turkse Republiek Noord-Cyprus uit. Alleen Turkije erkent deze staat. De Verenigde Naties en vrijwel alle andere landen beschouwen het hele eiland, met uitzondering van de Britse basisgebieden, als grondgebied van de Republiek Cyprus.
Een bufferzone van kust tot kust
De VN-bufferzone volgt ongeveer 180 kilometer van west naar oost. De breedte varieert van enkele meters in het oude centrum van Nicosia tot meerdere kilometers op het platteland. Binnen de zone liggen verlaten huizen, landbouwgrond en het vrijwel lege vakantieoord Varosha aan de rand van Famagusta, al valt niet elk afgesloten gebied rechtstreeks onder VN-bestuur.
Sinds 2003 zijn verschillende officiële doorgangen geopend. Voetgangers kunnen bijvoorbeeld bij Ledra Street in Nicosia oversteken; auto’s gebruiken andere posten. De lijn is geen internationaal erkende landsgrens, maar in de praktijk vinden identiteitscontroles plaats en gelden regels voor goederen, verzekeringen en huurauto’s.
Cyprus in de Europese Unie
De Republiek Cyprus trad in 2004 met het hele internationaal erkende grondgebied toe tot de Europese Unie. In het noordelijke deel kan de regering echter geen gezag uitoefenen. Daarom is het EU-recht daar op grond van Protocol 10 tijdelijk opgeschort. De Green Line Regulation bepaalt onder welke voorwaarden personen en goederen tussen beide delen kunnen bewegen.
De euro wordt in het zuiden gebruikt. In het noorden is de Turkse lira het officiële betaalmiddel, al worden euro’s vaak geaccepteerd. Turks-Cyprioten die volgens de Cypriotische wet staatsburger zijn, kunnen een paspoort van de Republiek Cyprus en daarmee EU-burgerschap hebben. Onderhandelingen over een federale hereniging hebben herhaaldelijk plaatsgevonden, maar leverden nog geen definitieve regeling op.
Akrotiri en Dhekelia
Bij de onafhankelijkheid behield het Verenigd Koninkrijk twee gebieden: Akrotiri in het zuidwesten en Dhekelia in het zuidoosten. Samen beslaan zij ongeveer 254 vierkante kilometer. Het zijn geen gewone militaire huurterreinen, maar gebieden onder Britse soevereiniteit met een eigen administratie, politie en rechtssysteem. Binnen Dhekelia liggen bovendien Cypriotische dorpen en kleine stukken grond die tot de Republiek Cyprus behoren.
Reizigers vliegen meestal via Larnaca of Paphos naar het zuiden. Het noorden wordt vooral via Turkije bereikt; rechtstreekse internationale vluchten naar Ercan worden buiten Turkije niet als reguliere toegang tot de Republiek Cyprus erkend. Wie delen combineert, moet controleren of de gekozen grenspost geschikt is voor voetgangers of voertuigen en of een huurauto aan de andere kant verzekerd is.



