De corridor waarover Dayton geen oplossing vond
De oorlog in Bosnië-Herzegovina eindigde in 1995 met het Dayton-akkoord. Het land werd intern verdeeld in twee entiteiten: de Federatie van Bosnië en Herzegovina en de Republika Srpska. Rond Brčko konden de onderhandelaars het echter niet eens worden over de inter-entiteitsgrens. De stad en haar omgeving lagen aan de smalste verbinding tussen de westelijke en oostelijke delen van de Republika Srpska.
Voor de Republika Srpska was die corridor van groot strategisch belang. De Federatie wilde voorkomen dat een tijdens de oorlog veroverde verbinding definitief aan één partij werd toegewezen. Annex 2 van Dayton liet het geschil daarom over aan bindende arbitrage. Tot een definitieve uitspraak bleef het gebied verdeeld en stond het onder internationale supervisie.
De arbitrage van 1999
Het arbitragetribunaal kwam na tussentijdse uitspraken op 5 maart 1999 met de Final Award. Die bepaalde dat het vooroorlogse gemeentelijke gebied van Brčko als één bestuurlijke eenheid moest worden ingericht. Op 8 maart 2000 werd het Brčko-district officieel gevormd.
De juridische constructie is ongewoon. Het grondgebied wordt beschouwd als een condominium van beide entiteiten: zowel de Federatie als de Republika Srpska heeft er formeel een territoriale relatie mee. Geen van beide mag er echter zelfstandig regeren. Het district staat rechtstreeks onder de soevereiniteit van Bosnië-Herzegovina en wordt volgens een eigen statuut bestuurd.
Eigen instellingen en gedeeld bestuur
Brčko heeft een eigen gekozen vergadering, regering, burgemeester, rechtbanken, openbaar ministerie en politie. De wetgeving van het district regelt onder meer lokaal bestuur, onderwijs, openbare diensten en economische ontwikkeling. Belastingen en staatsbevoegdheden zoals buitenlandse zaken blijven binnen het bredere Bosnische staatsbestel vallen.
De instellingen moesten voorkomen dat één van de drie zogenoemde constituerende volken — Bosniakken, Serviërs en Kroaten — het district zou domineren. Na de oorlog keerden ontheemden terug en werden bestuur, politie en scholen opnieuw opgebouwd. Het onderwijssysteem gebruikt gezamenlijke gebouwen en een grotendeels gemeenschappelijk programma, al blijven taal, geschiedenis en identiteit politieke onderwerpen.
Internationale supervisie
Een internationale supervisor kreeg vanaf 1997 vergaande bevoegdheden om besluiten op te leggen en functionarissen te ontslaan wanneer de uitvoering van de arbitrage vastliep. Onder dit toezicht werden wetten geharmoniseerd, parallelle instellingen opgeheven en één districtsbestuur gevormd. De supervisor werkte binnen het kantoor van de Hoge Vertegenwoordiger voor Bosnië-Herzegovina.
Op 31 augustus 2012 sloot het kantoor in Brčko en schortte de supervisor zijn dagelijkse functies op, omdat de instellingen voldoende zelfstandig konden functioneren. De functie en de bevoegdheden uit de Final Award zijn juridisch niet volledig afgeschaft en kunnen in uitzonderlijke omstandigheden opnieuw worden gebruikt. Brčko blijft daardoor een lokaal bestuur met een internationale veiligheidsklep.
Havenstad aan de Sava
De stad Brčko ligt aan de Sava, die hier de grens met Kroatië vormt. De rivierhaven, spoorlijn en wegen naar Tuzla, Bijeljina en Kroatië geven het district economische betekenis. De brug naar het Kroatische Gunja verbindt beide oevers, terwijl de Sava verder stroomafwaarts aansluit op de Donau.
Voor reizigers is Brčko zonder speciale interne grenscontrole bereikbaar vanuit beide Bosnische entiteiten. Er staat geen douanepost waar de Federatie of Republika Srpska begint, omdat het om binnengrenzen gaat. De bestuurlijke bijzonderheid is daarom nauwelijks aan een slagboom te herkennen. Ze blijkt vooral uit eigen kentekens van instellingen, districtsgebouwen en het feit dat de kaart hier niet aan één van de twee entiteiten kan worden toegewezen.



